Uit A&G 11: De hometrainer

Al doe ik mijn uiterste best om hem over het hoofd te zien, al doe ik of hij lucht voor mij is - elke dag opnieuw bezorgt hij mij een knagend geweten. Tien jaar geleden heb ik hem, met de beste bedoelingen, in huis gehaald. De eerste weken... of waren het toch maanden? .... telde hij mee in ons leven. Hij had zijn eigen plaats, in de achter¬kamer, bij de openslaande deuren. Daar zat hij op zijn hechte hurken en hield de armen nodigend naar ons uitge¬strekt. Er ging geen dag voorbij of iemand van ons wierp zich enige tijd in zijn weliswaar dunne, doch ijzersterke armen. Toch begon hij mij persoonlijk algauw de keel uit te hangen. Ik vond hem maar een dooie diender. Op het moment dat ik zijn dunne handjes vastpakte, had ik al tabak van hem. Hij verveelde mij mateloos. Met hem kwam ik nergens.
Mijn hometrainer, bedoel ik. U weet wel zo'n misbaksel van een breedvoetfiets waarop je je een ongeluk trapt. Zonder ook maar een millimeter te vorderen. Maar niets onder de zon werkt indringender op je geweten dan de aanblik van die verlaten chroomstalen kangoeroe in een uithoek van je stulp. Ik weet nog als de dag van gisteren dat ik hem kocht. De zomer van 1979 liep ten einde. Drie lange maanden had ik van 's ochtends negen tot 's avonds zes doorgebracht op mijn werkkamer, noest schrijvend aan mijn derde boek over de legendarische geneesheer Angelino. Toen ik de laatste punt achter de allerlaatste zin van "Laat de dokter maar opkrassen!" had getikt, voelde ik mij de gelukkigste man in de hele regio. En wat deed ik met dat geluk? Ik nam de grasmaaier en begon als een waanzinnige het gazon te kortwieken. Halverwege het karwei overviel mij een onbekend gevoel: Voor het eerst in mijn toen drieënzestigjarig bestaan was ik lichamelijk moe. Hondsmoe. Uitgeput. Ternau¬wernood kreeg ik mijn grasveldje geschoren. Toen liet ik mij neervallen in mijn stoel en mompelde: "Ik ben kapot!"
Paniek alom. Huisarts ontboden. Constateerde geen manke¬ment. Stuurde mij voor alle zekerheid naar een cardioloog die mij grondig door de medische molen haalde. Bloed in orde. Bloeddruk van een jonge vent. Geen kwaad woord over het cholesterolgehalte. (Ik gebruik hier even telegramstijl omdat ik u niet wil vermoeien met mijn gezondheidstoestand!).
Op één onderdeel faalde ik jammerlijk: de fiets in de spreekkamer van de specialist. Hij - de fiets, bedoel ik - was volgens mij een familielid van mijn hometrainer, maar dan uit de rijke tak. Met ontbloot bovenlijf moest ik plaatsnemen op het zadel. Mijn rug was door een aardige assistente beplakt met zuignappen die via draden verbonden waren met een soort seismograaf waar ze aardbevingen mee registreren. Ik fietste onbekommerd. De ene zuignap na de andere liet los en zakte naar beneden. Tenslotte zat ik voor joker. Ik kuchte maar eens overdreven luid. De dokter, druk schrijvend aan zijn bureau, keek vragend op.
"Moe?" vroeg hij.
"Bek-af," antwoordde ik naar waarheid.
"Dat is te snel."
"Wilt u even op mijn rug kijken?" verzocht ik argeloos.
Een specialist, hoe knap en ervaren ook, is en blijft ook maar een mens die fouten kan maken, dacht ik verheugd. Hij keek, zei iets onderaards en riep zijn assistente. Opnieuw werden de nappen aangebracht. Daarna kreeg ik opdracht andermaal te fietsen. Dat kon ik niet, al had hij mij een miljoen geboden.
"Angina pectoris," luidde de diagnose. Ik herinner mij woordelijk wat ik toen zei.
"U wordt bedankt!" zei ik.
Nee, mijn wereld stortte niet in, als u dat soms mocht denken. Ik kon het eenvoudig niet geloven. Ik, die nooit vermoeidheid had gekend en die per dag wel tien keer de twee trappen naar mijn werkkamer op- en afsnelde, zou zo'n enge kwaal hebben! Ik wilde zekerheid en bezocht een internationaal befaamd cardioloog. Zijn diagnose: "Geen conditie! U moet bewegen, wandelen, fietsen. Voor de win¬termaanden zou ik een hometrainer aanschaffen."
En zo kwam tien jaar geleden dat spichtige trimapparaat in ons huis. In de prille aanvang besteeg ik hem dagelijks, maar de mens is laks. Ik begon hem weldra te verwaarlozen. "Wegens drukke werkzaamheden," was mijn favoriete smoes. Op de duur vond ook mijn vrouw hem een sta-in-de-weg. Ik hees hem de trap op, naar onze slaapkamer. Hoe voorzichtig je zo'n transport ook uitvoert, je staat er achteraf versteld van hoeveel verf je van de trapleuning stoot. Iel stond hij naast ons bed neer te zien op onze nachtrust. Het eerste dat wij 's morgens doen, is de slaapkamerramen wijdopen werpen. Nu ligt schuin tegenover ons een groot provinciaal kantoorgebouw, Met het gevolg dat de ambtenaren, als ze in een verloren ogenblik even opkeken, de hometrainer zagen staan in zijn trieste verlatenheid. Want u denkt toch niet dat ik zo gek ben om ten aanschouwen van ambtenaren te gaan zitten fietsen naar nergens! Alleen in het weekend klom ik nog weleens op het zadel om een kilometer te draaien. Meer nooit. IK vond het "ver" genoeg. Toen gebeurde er iets verrukkelijks. De buurvrouw kwam schuchter vragen of ze het geval mocht lenen. Wij gingen immers geruime tijd naar een zonnig zuidelijk land. Buurman zeulde het loodzware ding de trap af, heel omzichtig, moet ik zeggen, maar toch... Wij kwamen gebruind terug en dachten geen seconde aan ons stalen ondier, toen dezelfde buurman, overvloeiend van dankbaarheid, hem terugbracht. Een zwarte dag dus. Om kort te gaan, de hometrainer staat sindsdien in mijn archiefka¬mertje, naast mijn werkkamer . Ik kan hem niet ontlopen. Zijn kilometerteller wijst inmiddels 605 kilometer aan - de afstand van Amsterdam naar Orléans, ongeveer. Bijeengetrapt in tien jaar! De helft van die denkbeeldige afstand danken wij aan de buurvrouw. Blijven over 300 kilometer. Gedeeld door 10 betekent dat 30 kilometer per jaar! Kunt u nagaan hoe mijn geweten opspeelt bij elke ontmoeting in het ar¬chiefkamertje. Daar komt nog bij dat die resterende kilome¬ters hoofdzakelijk bij elkaar gedraaid zijn door logerende kleinkinderen. Ze zijn verzot op de starre fiets die nooit omvalt. Ik heb het zadel al die tijd in de laagste stand staan, het ontroerend stuurtje eveneens. Op het oog lijkt het een solide kinderfietsje. Maar schijn bedriegt ook hier, want het lukt mij nog steeds niet hem over het hoofd te zien, laat staan mijn geweten te sussen!
Toon Kortooms











Post new comment