Uit A&G 4: Viva!

Image

In het hartje van onze verregende en verwaaide zomer zat ik, samen met mijn vrouw, in Brazilië waar de winter woedde. Heb maar geen medelijden met ons, want de sjagrijnigste Brazilaanse winter is nog altijd te verkiezen boven onze fraaiste zomer. Van het eerste ogenblik af zagen wij een strakblauwe lucht en toen wij na drie weken naar huis vlogen was hij nog even blauw, zo niet blauwer. Geen druppel regen. Het waaide af en toe een beetje. Voor iemand uit de Lage Landen mocht dat geen naam hebben. De Brazilianen vonden die wind bar koud!

Twaalf jaar geleden waren wij er ook. Met Kerstmis. Volop zomer. De mensen zaten in hemdsmouwen in de nachtmis. Geen kwaad woord over het klimaat! Wij verbleven in Araguari, in het binnenland. Bij ons eerste bezoek telde die stad 70.000 inwoners. Het zijn er intussen 120.000. Koffieplantages en een reusachtige stuwdam zorgen voor een redelijke welvaart.
Brazilië is een lap grond, bijna 160 keer zo groot als Nederland. Er wonen 140 miljoen mensen van allerhand ras, van blank tot zwart en van geel tot bruin. Er zijn Westeuropeanen, emigranten uit Oostbloklanden, Japanners en Chinezen- noem maar op. En geen discrimatie!

Naast een groep schandalig rijke lieden, leeft een onafzienbare massa arme drommels. Ik ontmoette een man die zeven fazenda's (zeg maar boerderijen) bezat, te zamen met een oppervlakte zo groot als Nederland. Ach, jawel, hij deed veel voor de armen. Hij en menige rijkaard bezorgden vrachten levensmiddelen, kleren en schoeisel bij het klooster van de missionarissen die alles onder de behoeftigen uitdelen. Ik weet dat zo goed, omdat ik in dat klooster logeerde en alles van nabij met eigen ogen heb gezien. In de laatste tien tot twintig jaar doen de missionarissen en zendelingen waarschijnlijk méér aan sociaal werk dan aan zielzorg. "Met een lege maag de Heer dienen, valt niet mee", zei de oude pater Constance tegen mij. "Zelfs met een volle maag brengen er velen niks van terecht!" Ik heb mensen gezien die met een hongerige maag aan de kloosterpoort neerhurkten en daar geduldig zaten te wachten op hun portie voedsel. Er waren flinke mannen en vrouwen bij en ik vroeg me af waarom ze niet uit werken gingen? "Ze kunnen niet werken," zei de pater, "want ze zijn ziek."

Met het oog op mijn stukje in dit blad heb ik scherp gelet op de volksgezondheid in Brazilië. Araguari moet een paradijs voor apothekers en drogisten zijn, want in elke straat telde ik minimaal drie apotheken en even zoveel drogisterijen. Door de torenhoge inflatie zijn geneesmiddelen tot 400% duurder geworden. De arme drommels kunnen die medicijnen onmogelijk betalen. Rijkaards, gemeente en staat vullen het tekort zoveel mogelijk aan. Niet zelden gaan de mensen langs de huizen bedelen om geld voor medicamenten. Dus zo'n paradijs is het nou ook weer niet!

Een broer van mijn vrouw werkt nu al een halve eeuw onder de armen van Araguari. Wij vierden zijn gouden priesterfeest mee. Mensenkinderen, drie weken lang werd hij gehuldigd in kerken, in verenigingsgebouwen, op scholen en in particuliere huizen! Waar ze hem vandaan haalden, weet ik niet, maar bij de armsten ontbrak de feesttaart niet. Er werd eindeloos gespeecht, uitbundig gezongen, gedanst en omhelsd. Weken na onze terugkeer in het nuchtere vaderland galmde in onze oren nog de kreet na: "Viva, padre Alberto!" Voor de rest van mijn leven kan ik geen taart meer zien!

Je zou in Brazilië bijna kannibaal worden. Ach, die kinderen! Ze zijn gewoon om op te eten. Beeldjes van kinderen! En zo lief, zo hartelijk, zo spontaan, zo gracieus. Al die stralende ogen! Uit de armoedigste hutten en krotten komen de Braziliaantjes keurig gekleed en brandschoon gewassen te voorschijn. Hun moeders kunnen toveren
.
Wat een volk! Als padre Alberto zich op straat laat zien, stuiven de mensen hun huizen of winkels uit om hem te begroeten. Omdat een dergelijke werkwijze nogal ophoudt, rijdt hij bij voorkeur in zijn stokoude Volkswagen Kever door de stad. Wij reden vaak met hem mee. Het verkeer is chaotisch. Niemand die zich aan stoplichten stoort. Richting wordt aangegeven met een losse pols uit het raampje. Maar een aanrijding, laat staan een echt ongeluk, heb ik niet gezien.
Het kon niet missen, padre Alberto werd aangehouden door een boom van een politieman. Door een stoplicht gereden. Ai, dacht ik, die krijgt een prent! Waar de padre zo haastig heenreed, informeerde de indrukwekkende gezagsdrager. Naar de Penha, de armenwijk, antwoordde pater Albert. Ha, dat kwam mooi uit, hij, de politieman moest daar ook zijn. Of hij mee mocht rijden!

De volgende dag werd padre Alberto wéér door een agent aangehouden. Nu toch zeker een dikke bon: geen richting aangegeven en een rood stoplicht genomen. Niks hoor! Wanneer de padre eens langs kon komen om de jongste spruit van de familie te dopen!

Er was nog een gouden jubileum in de stad. Het aldaar gelegerde bataljon bestonds vijftig jaar. Wij werden uitgenodigd voor de feestelijke parade. Op het podium stond de generaal, stram in de houding en geflankeerd door vergulde pettendragers. De soldaten marcheerden in paradepas voorbij. Laarzen kletterden. Hoofden keerden zich met een ruk naar de hoogste chef. U kent dat wel. Commando's weerklonken. De nationale vlag zeilde opwaarts naar de top van de vlaggemast. Salvo's knalden. Ik kreeg een onaangename kriebel in mijn maag. Als zo'n leger ooit losbarst, dacht ik.

De generaal schreed naar voren en onthulde met een soldatesk gebaar een borstbeeld van de eerste bataljonscommandant. Daarna stapte de grijze bevelhebber terug naar zijn plaats op het podium. Maar voordat hij de treden naar het platform beklom, aaide hij vertederend over de krullebol van een pikzwart negerjongetje.

De kriebel verdween op slag. Viva Brasil!

Toon Kortooms

Post new comment

CAPTCHA
Deze vraag wordt gebruikt om te testen indien u een menselijke bezoeker bent teneinde spam-inzendingen te vermijden.
Beeld-CAPTCHA
Enter the characters shown in the image.