Wilhelm Conrad Röntgen
Er ging een schok door Wilhelm Röntgen heen toen zijn hand ineens transparant werd. Hij was onmiddellijk overtuigd dat zijn ontdekking, de röntgenstralen, van onschatbare waarde zou zijn voor de medische wetenschap.
Wilhelm Conrad Röntgen werd op 27 maart 1845 geboren in het Duitse Lennep. Toen het jochie drie jaar was, verhuisde het gezin naar Apeldoorn. Van 1861 tot 1863 zat hij op de Ambachtsschool in Utrecht. Hij werd van de school gestuurd toen hij weigerde de leerling aan te geven die een karikatuur van een leraar had getekend. Hij meldde zich in 1865 aan als natuurkundestudent aan de Universiteit Utrecht. Tevergeefs, want hij had geen diploma. Toen hij hoorde dat de universiteit in Zürich toelatingsexamens afnam bij mensen die geen diploma hadden, reisde hij af naar Zwitserland. Met succes. Hij werd aangenomen. Uiteindelijk werd hij professor in de natuurkunde aan de universiteit van Würzburg.
Op de avond van 8 november 1895 ontdekte Wilhelm Röntgen bij toeval, tijdens een experiment met kathodestralen, dat een plaat (van barium platinocyanide) aan de andere kant van de verduisterde kamer lichtgevend werd. Voorwerpen die hij plaatste tussen de fluorescerende plaat en het buisje dat de straling produceerde, werden transparant. Toen Wilhelm Röntgen zijn hand in de baan van de straling hield, waren de botten duidelijk te zien.
De ontdekking van de ‘röntgenstralen’ sloeg in als een bom. Binnen een week na de bekendmaking werden her en der demonstraties gegeven. Een maand later vroegen patiënten al om röntgenfoto’s bij botbreuken en gezwellen. Aangezien de apparatuur om röntgenstralen op te wekken relatief eenvoudig was, werden al snel speciale röntgenstudio’s geopend. Hier kon iedereen voor de pret zijn botten laten fotograferen. Men dacht bovendien dat een heel scala ziekten door de ‘nieuwe’ straling kon worden genezen. Men maakte zelfs gebruik van het feit dat sommige mensen er haaruitval van kregen. In Frankrijk en Amerika ontstonden speciale röntgen-ontharingsklinieken. Dit tomeloze enthousiasme werd pas getemperd door de ontdekking dat blootstelling aan hoge doses röntgenstraling kankerverwekkend kan zijn.
Wilhelm Röntgen bleef onbewogen onder de consternatie die zijn ontdekking veroorzaakte. Hij werd bedolven onder onderscheidingen; in 1901 kreeg hij zelfs als eerste de Nobelprijs voor natuurkunde. Geld boeide hem niet. Röntgen weigerde zelfs om een patent op zijn ontdekking aan te vragen, omdat hij vond dat iedereen er de vruchten van moest plukken. Toen hij op 10 februari 1923 aan darmkanker stierf, was hij totaal berooid.
















