Willem Einthoven: het elektrocardiogram

Willem Einthoven was een Nederlandse arts die vooral bekend werd als de vader van het elektrocardiogram (ECG). In 1924 kreeg hij voor de uitvinding van die techniek de Nobelprijs voor de Geneeskunde.
De kleine Willem Einthoven bracht zijn jeugd door in het voormalige Nederlands-Indië. Hij werd in 1860 in Semarang geboren op het eiland Java. Zijn vader, de arts Jacob Einthoven, overleed toen Willem zes jaar was. Vier jaar daarna trokken moeder en de zes kinderen naar Nederland. Ze vestigden zich in Utrecht. In 1878 ging hij daar geneeskunde studeren.
Befaamde leermeesters
Tijdens zijn studie had hij befaamde leermeesters als de fysicus C.H.D. Buys Ballot en de fysioloog F.C. Donders. Mede door hun invloed ontwikkelde hij een grote belangstelling voor natuurkunde. Daarnaast was hij een fervent roeier. In 1880 richtte hij samen met anderen de Utrechtse studentenroeivereniging Triton op.
Aanvankelijk voelde Einthoven zich aangetrokken tot de oogheelkunde.
Hij werd assistent van de oogarts H. Snellen in het vermaarde Utrechtse Ooglijdersgasthuis. Bekendheid kreeg hij echter door een publicatie over de elleboog. In 1885 promoveerde Einthoven bij F.C. Donders op een proefschrift getiteld Stereoscopie door kleurverschil. Cum Laude.
Registratie hartslag
Na zijn artsexamen in 1886 werd Einthoven hoogleraar Fysiologie in Leiden. Hij deed met name onderzoek naar de werking van hetlicht in het menselijk oog. Grote bekendheid kreeg hij echter toen hij zich ging bezighouden met het meten en registreren van de hartslag. In 1895 introduceerde hij de term elektrocardiogram op een congres.
Het was in die tijd al bekend dat de hartslag gepaard gaat met kleine elektrische stromen. Voor het eerst werden die gemeten door de Britse fysioloog A. D. Waller. In 1887 bracht hij de hartslag van een van zijn assistenten in kaart. Maar in een heel eenvoudige vorm. De apparatuur, de zogenoemde capillaire elektrometer, was groot, zwaar, onhandig en onnauwkeurig.
Pijl en boog
Einthoven verfijnde de capillaire elektrometer, maar hij was niet tevreden. Hij ontwikkelde hij een nieuw instrument, de snaargalvanometer. Hij spande ragfijn stroomgeleidend kwartsdraad tussen twee sterke elektromagneten. Deze snaren kreeg hij zo dun door met pijl en boog halfgesmolten draad weg te schieten. Die gaf hij een geleidende zilverlaag. Wanneer een stroomstootje van het hart door de draad liep, zorgde het magneetveld dat die bewoog. Via een microscoop werd de uitslag van de draad vergroot en vervolgens vastgelegd op een draaiende rol fotografisch papier: het cardiogram.
Nobelprijs
Dit nieuwe apparaat was veel nauwkeuriger en flexibeler dan de tot dan toe gebruikte meters. Daarom werd deze nieuwe vinding door de medische wereld omarmd. Sinds het tijdperk Einthoven is het elektrocardiogram niet meer gewijzigd en is het nog steeds een essentieel hulpmiddel voor de cardioloog.
In 1924 ontving Einthoven de Nobelprijs voor Geneeskunde voor zijn bijdrage aan het elektrocardiogram. Op 29 september 1927 stierf, na een lang ziekbed, de vader van het elektrocardiogram.)

















Post new comment