Christiaan Eijkman, ontdekker van vitamine B1

Christiaan Eijkman was een Nederlandse arts en patholoog. In 1929 kreeg hij de Nobelprijs voor de geneeskunde voor de ontdekking van vitamine B1
De latere Nobelprijswinnaar werd 11 augustus 1858 in Nijkerk geboren. In Amsterdam studeerde hij voor medisch officier in het Koninklijk Nederlands Indisch Leger (KNIL). Nadat hij cum laude was afgestudeerd, vertrok hij naar Nederlands-Indië, het huidige Indonesië, om daar als arts in het leger te werken. Omdat hij geveld werd door malaria en ernstig verzwakt was, keerde hij terug naar Nederland. Tijdelijk.
In die tijd was er in ons land grote beroering ontstaan omdat steeds meer mensen in Nederlands-Indië beriberi kregen. Dat is een ernstige ziekte met verlammingsverschijnselen en vaak dodelijke afloop. Omdat beriberi ook massaal de manschappen in het leger trof, werden de Utrechtse hoogleraar Pekelharing en de lector Winkler werden uitgezonden naar Nederlands-Indië om de oorzaak van deze gevreesde ziekte te onderzoeken. Eijkman werd gevraagd als assistent mee te gaan op deze missie.
Een jaar na aankomst werd Eijkman directeur van het laboratorium in Batavia, het huidige Djakarta, waar de ziekte werd onderzocht. Hij deed proeven met kippen, waarbij hij bacteriën inbracht. Want aanvankelijk ging men ervan uit dat beriberi een bacteriële infectie was zoals cholera en tuberculose. De kippen bleven echter gezond. Bij toeval ontdekte Eijkman dat het voer de oorzaak was. De kippen werden ziek als ze witte rijst gevoerd kregen, kregen ze echter zilvervliesrijst, dan knapten ze weer op. De oorzaak moest dus in het zilvervliesje gezocht worden. Een vergelijkbaar onderzoek onder gevangenen op Java bevestigde deze uitkomst.
De ontdekking van Eijkman dat beriberi wordt veroorzaakt door een tekort aan een stof dat in het zilvervliesje van de rijst zit, was nieuw. Het bleek de aanzet tot onderzoek naar minuscule voedingsstoffen die het lichaam niet of nauwelijks zelf aanmaakt en bij een tekort ernstige ziekten kan veroorzaken. Vanaf 1906 werden die geleidelijk in kaart gebracht onder de naam vitamines. En de stof die Eijkman ontdekte was vitamine B1.
In 1898 keerde Eijkman terug uit Nederlands-Indië en ging hij aan de slag als hoogleraar in de hygiëne en forensische geneeskunde aan de Universiteit van Utrecht. In 1930 overleed hij, een jaar nadat hij de Nobelprijs had gekregen.
(Bron: Nationale bibliotheek van Nederland)
















Post new comment